PDF Afdrukken E-mail

HANDEN IN ELKAAR VOOR EEN EFFICIENTER KLIMAATBELEID

Alles kan beter en efficiënter. Zo ook de werkwijze waarop ons land tot een intra-Belgisch klimaatakkoord kan komen. In juni vorig jaar ging in de Senaat de commissie Transversale Aangelegenheden, onder voorzitterschap van senator Steven Vanackere aan de slag met als taak aanbevelingen uit te werken om de intra-Belgische besluitvorming inzake burden sharing te verbeteren. Na hoorzittingen met experten, zowel federale als gewestelijke, en vertegenwoordigers van ngo'€™s, en een bevraging bij een dertigtal Europese en niet-Europese parlementen, kwam de commissie tot 26 aanbevelingen. De plenaire vergadering van de Senaat keurde vandaag het betreffende informatieverslag van de commissie goed.

Zo bepleit de Senaat onder meer dat de gewesten en de federale overheid naar een maximale samenwerking en coherentie in hun klimaatbeleid streven en daarbij het mutualiteitsprincipe als leidraad inschrijven. Dat laatste was een voorstel van CD&V-senatoren Johan Verstreken en Karin Brouwers, geïnspireerd op het advies van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling. Elke entiteit gaat de impact na van elk van haar maatregelen op het klimaatbeleid van een andere entiteit, en controleert of die ook de effectiviteit van de maatregelen van alle andere beleidsniveaus versterkt.

Om die effectiviteit op te voeren stelt de Senaat voor het monitoring- en rapportagesysteem van elk gewest en van de federale overheid op elkaar af te stemmen. Een harmonieuze methode komt ook tegemoet aan de Europese monitoring- en rapportagemechanismen. 'Het is de logica zelve dat een methodologie de aanpak en beslissingen ten goede kan komen'€, zegt senator Johan Verstreken, een van de rapporteurs van het informatieverslag.

De Senaat wil voorts €œde rol, de slagkracht en de werking€ van de Nationale Klimaatcommissie (NKC) versterken en er een €œcenter of excellence omtrent klimaat€ van maken. '€œHet NKC moet een soort klimaatkenniscentrum worden, waar kennis gedeeld wordt en definities en meetmethodes op elkaar worden afgestemd. Dat kan het intra-Belgisch overleg gevoelig vooruithelpen'€, zegt senator Karin Brouwers.

Om de voortgang van het klimaatbeleid interfederaal zorgvuldig te kunnen opvolgen, stelt de Senaat tot slot voor een interparlementair overlegorgaan in het leven te roepen met vertegenwoordigers uit alle parlementen (federaal, gewesten). De overleg moet minstens twee keer per jaar plaatshebben. Dat kan om onder meer het jaarverslag van de Nationale Klimaatcommissie of het geïntegreerde nationaal energie- en klimaatplan 2021-2030 onder de loep te nemen, of om de bevoegde ministers te horen telkens wanneer €œeen belangrijke Europese verandering inzake klimaatbeleid dat vereist€.

Voor de drie betrokken CD&V-senatoren, Steven Vanackere, Karin Brouwers en Johan Verstreken, zijn de aanbevelingen een eerste stap. '€œWe hopen nu dat het grondige werk van de commissie, waar meerderheid en oppositie goed hebben samengewerkt, onze regeringen inspireert tot de nodige daadkracht en de verschillende parlementen tot een hoge betrokkenheid. We mogen immers het elan waarmee in 2015 het klimaatakkoord van Parijs werd gesloten, niet teloor laten gaan.'€