PDF Afdrukken E-mail

AANTAL INTERLANDELIJKE ADOPTIES TUSSEN BELGIE EN DERDE LANDEN DAALT 
Het aantal interlandelijke adopties tussen België en zijn partnerlanden is de laatste drie jaar gedaald. Dit blijkt uit een parlementaire vraag van CD&V-gemeenschapssenator Johan Verstreken aan de minister van Justitie. Waar er in 2010 nog 415 kinderen geadopteerd werden uit vreemde landen, is er in 2012 nog sprake van 261 interlandelijke adopties. De meeste kinderen worden geadopteerd uit Ethiopië (347 kinderen op drie jaar), China (114 kinderen) en Kazachstan (95 kinderen).

 

 

Interlandelijke adopties zijn een gedeelde verantwoordelijkheid van zowel het land van herkomst als het land waar het kind verondersteld wordt naartoe te gaan. Sommige ontvangstlanden zijn minder streng in de controle van de afkomst van het geadopteerde kind en de tussenkomst van lokale adoptiediensten, waardoor misbruik niet kan worden uitgesloten.
Johan Verstreken, voor CD&V lid van de Commissie Buitenlandse Zaken: “Malafide tussenhandelaren met andere bedoelingen dan het belang van het kind spelen in op de zwakkere controle in bepaalde landen, en zo kunnen kinderen geronseld of ontvoerd worden. Voor adoptieorganisaties in diverse landen is het zeer gemakkelijk om met dit soort tussenpersonen in zee te gaan, waardoor een georganiseerde kinderhandel ontstaat.”
Volgens diverse internationale instanties, zoals het Permanent Bureau van de Conferentie van Den Haag en Unicef, behoort de Belgische regelgeving over interlandelijke adopties tot de strengste ter wereld, en is het het meest in overeenstemming met de geest en de letter van het Verdrag van Den Haag van 1993. Dit Verdrag legt de krijtlijnen vast van de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van interlandelijke adoptie. In haar antwoord geeft de minister bovendien aan dat België deze erkenning op het terrein waard wil blijven.
Uit de cijfers die werden vrijgegeven door de Federale Centrale Autoriteit blijkt dat de daling van het aantal interlandelijke adopties voornamelijk te wijten is aan Ethiopië en Kazachstan. Waar in 2011 nog 142 kinderen uit Ethiopië werden geadopteerd, is dat in 2012 gedaald naar 85. Terwijl in 2010 67 kinderen door Belgische adoptieouders uit Kazachstan werden geadopteerd, was er geen enkele interlandelijke adoptie tussen beide landen in 2012. Ook werd in de periode tussen 2010 en 2012 geweigerd om 153 adoptiebeslissingen te erkennen.
“België moet in zijn internationale contacten duidelijk maken dat de lokale adoptiediensten aan duidelijke criteria moeten voldoen. Daarnaast moet de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken de betrokken adopties goed blijven bestuderen”, zegt Verstreken. “Achter elk dossier schuilt een verhaal. Een kind adopteren uit een vreemd land kan een oplossing zijn voor een onvervulde kinderwens, maar we moeten waakzaam blijven. Dit mag niet leiden tot mensenhandel in het land van herkomst.”