PDF Afdrukken E-mail

JOHAN VERSTREKEN PLEIT NOGMAALS VOOR TOERISTISCHE ONTWIKKELING LUCHTHAVEN OOSTENDE 
In de commissie mobiliteit van het Vlaams parlement werd gedebatteerd over de toekomst van de luchthaven Brugge-Oostende. Aanleiding waren de stakingsacties van de vakbonden. De Vlaamse regering wil de uitbating van de luchthaven overlaten aan de Franse groep Egis. Maar er was grote ongerustheid bij de vakbonden over de personeelsstatuten. Woensdagavond werd hierover tot grote tevredenheid van Vlaams volksvertegenwoordiger Johan Verstreken een overeenkomst over bereikt.
“Ik ben tevreden dat de vakbonden hun gezond verstand gebruikt hebben en dat er een duidelijk overleg is geweest. Het is immers de bedoeling om extra jobs te creëren in de regionale luchthaven.”
Johan Verstreken nam van de gelegenheid ook gebruik om nogmaals te wijzen op het toeristisch potentieel van de luchthaven Brugge-Oostende. “Ik stel vast dat alle politieke partijen in het Vlaams parlement duidelijk gemaakt hebben dat ze een grote voorstander zijn van de verdere ontwikkeling van de luchthaven Brugge-Oostende, met nadruk op passagiersvluchten en toerisme. Het is dan ook goed om na te gaan wat er kan gebeuren voor ‘incoming’ en ‘outgoing’ toerisme. Dit komt de tewerstelling alleen maar ten goede.”
De volledige tussenkomst van Johan Verstreken en minister Crevits vindt u via onderstaande link of hieronder:

http://docs.vlaamsparlement.be/docs/handelingen_commissies/2012-2013/c0m258ope24-27062013_voorlopig.pdf
De heer Johan Verstreken: Voorzitter, minister, collega’s, ik dank de mensen die vragen
hebben gesteld. Die vragen kwamen er naar aanleiding van de aangekondigde stakingen. Ik
ben blij dat de vakbonden hun gezond verstand hebben gebruikt en dat er duidelijk overleg is
geweest. Het is niet de bedoeling om personeel aan de deur te zetten, maar het is net de
bedoeling om extra jobs te creëren in de regionale luchthavens. In mijn geval is dat de
luchthaven van Oostende, of beter de internationale luchthaven Brugge-Oostende, omwille
van de culturele bekendheid van Brugge.
Het is een zeer goede zaak. Met dit akkoord is een flinke stap voorwaarts gezet. We moeten
natuurlijk de verdere uitwerking nog afwachten. Ik stel ook vast dat alle politieke partijen in
dit Vlaams Parlement tijdens de vorige hoorzitting in deze commissie duidelijk hebben
gemaakt dat ze niet tegen de regionale luchthavens zijn en dat ze zelfs een grote voorstander
zijn van de ontwikkeling van de luchthaven van Oostende, met de nadruk op
passagiersluchthaven en toerisme. Het is dan ook goed om na te gaan wat er kan gebeuren
voor ‘incoming tourism’ maar ook voor ‘outgoing tourism’. Het is goed voor de
tewerkstelling. Het is een win-winsituatie.
Minister, misschien is het goed om een overleg te hebben – misschien is dat al gebeurd – met
uw collega van Toerisme, want het is belangrijk dat Toerisme Vlaanderen, samen met Egis,
in andere landen promotie maakt voor onze culturele steden.
Het was een moeilijk dossier en het heeft heel lang geduurd. Nu willen we vooruit met het
vliegtuig, willen we kunnen instappen en goed kunnen landen met dit dossier.
Minister Hilde Crevits: Voorzitter, ik dank iedereen voor de vele vragen die zijn gesteld.
Die vragen komen enerzijds op het goede moment en anderzijds niet op het goede moment.
Ik zal meteen met de deur in huis vallen. Er is me gevraagd om de details van de inhoud van
de overeenkomsten en van de businessplannen. Ik kan en mag die informatie momenteel nog
niet vrijgeven. Ik kan wel op een aantal andere facetten van de zaak ingaan. Zodra de
Vlaamse Regering effectief heeft beslist en de overeenkomsten klaar liggen om te worden
ondertekend, kan ik veel zaken vrijgeven. Deze discussie zal in de loop van de komende
periode sowieso een vervolg krijgen.
Veel sprekers hebben vermeld dat de nieuwe beheershervorming van de regionale
luchthavens al lang wordt gepland. De heer Vandaele heeft gevraagd welke visie hierachter
schuilt. Op 6 juni 2006 is een strategische visie betreffende de beheersvorming voor de
luchthavens voorgesteld. Dit heeft tot een decreet betreffende het beheer en de uitbating van de regionale luchthavens, het LOM-LEM-decreet, geleid. Dit decreet is op 10 juli 2008
goedgekeurd. Een voordeel is dat ik toen al minister was. De regionale luchthavens vielen
toen al onder mijn bevoegdheden.
In 2008 en 2008 is voor de drie regionale luchthavens een gunningsprocedure gestart om een geschikte LEM-kandidaat te vinden. Die kandidaat zou dan de commerciële uitbating op zich kunnen nemen.
De structuur die we tot stand willen brengen, houdt in dat de overheid door middel van een
LOM voor de grondgebonden infrastructuur blijft instaan. We vinden de
luchthaveninfrastructuur van groot belang. We hebben er dan ook voor gekozen dit te
behouden en niet te liquideren. Ook in de toekomst willen we voor die infrastructuur blijven
instaan en op die manier de kwaliteit van de luchthavens op punt stellen.
De exploitatie van de luchthavens vormt geen kerntaak van de overheid. We willen die taak
graag in private handen geven. Daarom is heel die structuur opgezet. We moeten een LOM
oprichten om de hardware, de harde infrastructuur, verder te verzorgen. De private speler
moet dan een LEM oprichten.
Het Vlaams regeerakkoord van 2009 is op dit vlak heel duidelijk. We voeren de
verzelfstandiging van de regionale luchthavens door. Begin 2010 zijn kandidaten
geselecteerd. Nadat de kandidaten voor de exploitatie van de verschillende luchthavens zijn
geselecteerd, hebben ze in september 2010 een eerste offerte ingediend. Daarna is de eerste
onderhandelingsfase van start gegaan.
Op basis van de gevoerde onderhandelingen is voor de luchthavens van Antwerpen en van
Oostende een ‘best and final offer’-bestek (BAFO-bestek) opgemaakt. Dit bestek moet de
kandidaat-exploitanten in staat stellen een BAFO te doen. De Vlaamse overheid kan dan op
basis van die best and final offers nagaan met welke kandidaat ze al dan niet in zee wil gaan.
De enige geselecteerde kandidaat, Egis Projects, heeft in april 2012 een best and final offer
ingediend. De heer Vandaele, die op dit vlak een persoonlijk standpunt heeft ingenomen,
vindt het jammer dat het om een buitenlandse speler gaat. Ik verwijs echter naar het
bestuursakkoord in Antwerpen, waar zijn partij toch een niet onbelangrijke hand in heeft
gehad. In dat bestuursakkoord staat uitdrukkelijk vermeld dat de LOM-LEM-constructie die
de Vlaamse overheid wil opzetten er zo snel mogelijk moet komen. Op dat ogenblik was de
kandidatuur van Egis Projects al lang gekend. Indien er een zwaar probleem was, had ik dat
graag geweten. In het bestuursakkoord wordt hier alvast geen probleem van gemaakt.
Hetzelfde geldt trouwens in Oostende, waar de bestuurssituatie natuurlijk een beetje anders
is.
Tijdens de finale contractonderhandelingen worden de verschillende bepalingen met
betrekking tot de 25 jaar durende concessie in een ontwerpovereenkomst vastgelegd. Het gaat hier niet om een concessie voor 5 of 10 jaar. Het gaat om een concessie voor 25 jaar in een markteconomische situatie die, zoals verschillende sprekers al hebben aangehaald, niet
gunstig is. Het zijn dan ook bijzonder moeilijke onderhandelingen.
Er is een kandidaat-exploitant. Ik wil er trouwens op wijzen dat op de beide diensten met
afzonderlijk beheer (DAB’s) 198 vte’s werken. Sommigen beweren dat die luchthavens geen
toekomst hebben. Daar werken echter bijna 200 statutaire en contractuele vte’s. In totaal gaat het allicht om meer dan 200 mensen.
De beheersvorm voor de luchthaven van Kortrijk-Wevelgem is complexer. Het grote verschil
met de luchthavens in Antwerpen en in Oostende is dat de Vlaamse overheid geen eigenaar of exploitant van de luchthaven is. Het contract met de huidige exploitant is destijds door een
intercommunale afgesloten. Aangezien de situatie veel complexer is, bevinden we ons in dit
verband in een moeilijkere positie. Om met betrekking tot de luchthaven van Kortrijk-
Wevelgem tot een duurzame oplossing te komen, is het voor ons dan ook van belang eerst te zien hoe we met betrekking tot de luchthavens van Antwerpen en Oostende kunnen landen.
De basisprincipes zijn iedereen allicht bekend. Er is een LOM en er is een LEM. De LOM
krijgt de verantwoordelijkheid om de overheidstaken in het beheer op zich te nemen en om de basisinfrastructuur ter beschikking te stellen. En de LOM kan daarvoor, op basis van de
beheersovereenkomst die ze moet afsluiten, beheers- en investeringssubsidies ontvangen van
het Vlaamse Gewest. Het gaat hier dus om kosten die tot de kerntaak van de overheid
behoren en die sowieso door Vlaanderen gefinancierd moeten worden. Het zijn kosten die
noodzakelijk zijn om de luchthavens te kunnen laten voldoen aan de ICAO-richtlijnen
(International Civil Aviation Organisation). Die moeten in eender welke beheersvorm
geïnvesteerd worden. Daarnaast is de LOM ook concessieverlener aan de LEM, en het is dus
de LOM die van de LEM een concessievergoeding zal ontvangen.
Wat betreft de samenstelling van de raad van bestuur, mijnheer Penris, wil ik u wijzen op het
feit dat het advies van de Inspectie van Financiën het heeft over de in het decreet opgenomen maximale samenstelling en de mogelijkheid om externe bestuurders met specifieke luchtvaartexpertise op te nemen. De minimale samenstelling is in dit verband minstens even relevant en bedraagt twee bestuurders. Daar moet nog over beslist worden. Het is een opmerking die relevant is, maar de inspectie wees natuurlijk op de maximale samenstelling.
De LEM, collega’s, wordt uitbater van de luchthaven. Om dat te doen, betaalt de LEM een
concessievergoeding aan de LOM. Omdat de LEM ook taken uitvoert in het kader van
veiligheid en beveiliging – ‘safety & security’ – ontvangt de LEM ook een subsidie van de
Vlaamse overheid. Dat staat ook in het decreet. ‘Safety & security’-taken worden sowieso
uitgevoerd door de overheid, en dus moet je dat doen via een subsidieovereenkomst. Het
Vlaamse Gewest subsidieert de LOM voor de beheers- en investeringstaken en de ‘safety &
security’.
Wat het personeel betreft, zijn er een aantal uitgangspunten, die vanuit het decreet komen en die contractueel vertaald worden. Verschillende collega’s hebben ze al gedefinieerd. Ik
probeer ze wat samen te vatten. Alle statutaire personeelsleden – en dat zijn er 129 – worden
door Vlaanderen ter beschikking gesteld van de LEM. De contractuele personeelsleden – dat
zijn er 69 – krijgen de keuze om al of niet over te gaan naar de LEM. Er werd en wordt nog
steeds van uitgegaan dat personen die op een luchthaven werken, dat graag doen en het ook graag zouden blijven doen. Dat lijkt mij de logica zelve.
De contractuele personeelsleden die overgaan naar de LEM, doen dat met behoud van alle
arbeidsvoorwaarden die ze hebben als werknemer bij de Vlaamse overheid. In de
onderhandelingen die zijn gevoerd, probeert men echt zeer goed te zorgen voor het personeel dat op de luchthavens werkt.
Aan de contractuele personeelsleden die ervoor opteren om niet over te gaan naar de LEM,
wordt een trajectbegeleiding aangeboden. De bedoeling daarvan is om een passende
betrekking te kunnen aanbieden. Als er echter gedurende een bepaalde periode geen passende betrekking kan worden verkregen, kan die trajectbegeleiding één keer verlengd worden met maximaal drie maanden, met de bedoeling om toch nog een betrekking te kunnen aanbieden.
Dat was voor de vakbonden bijzonder belangrijk: dat mensen die beslissen om niet over te
stappen, toch ook in een traject kunnen stappen. Ik hoop dat ik daarmee de onduidelijkheid
heb weggenomen. Het is geen garantie, het is wel een trajectbegeleiding, die gedurende een
bepaalde periode loopt en waarin gezocht wordt naar een goede oplossing voor de mensen.
Als na die verlengde trajectbegeleiding nog geen betrekking kan worden gevonden, kunnen er situaties ontstaan waarbij de arbeidsovereenkomst niet verlengd wordt. Maar er is dus wel in een heel traject voorzien ter begeleiding. Stel dat de contractuele verhouding niet blijft
bestaan, dan wordt, zoals in het decreet bepaald, in verdere outplacementbegeleiding
voorzien voor de personeelsleden.
Ik denk niet dat er een stijging van het aantal personeelsleden zal komen. Alle
personeelsleden worden overgedragen, tenzij ze er zelf voor kiezen om dat niet te doen. Zij
die ervoor kiezen om het niet te doen, worden begeleid bij de zoektocht naar een nieuwe
vacante job, zoals daarnet toegelicht.
Over de overeenkomsten die betrekking hebben op het personeel is meerdere keren
teruggekoppeld naar de vakbondsorganisaties, die zelf hun delegatie samenstelden en altijd
voor de verschillende luchthavens tegelijk spraken. Na voorbereidende informele contacten
zijn de overeenkomsten een eerste keer formeel besproken op het sectorcomité van 28 mei
2013. Vervolgens is het LOM-LEM-dossier ook besproken met de vakbonden op 14 juni, 17
juni, 24 juni en 26 juni 2013. Er is dus tot gisteren heel intens over overlegd.
Er is ook, om een zo goed mogelijk antwoord te kunnen bieden op de bekommernissen en
zorgen van het personeel, overleg georganiseerd met de vakbondsorganisaties en Egis zelf
betreffende de syndicale structuren bij Egis. Er is in de voorbije weken dus een escalatie
geweest van vergaderingen, waarin ook getracht is om maximale openheid te bieden.
Gisterenavond pas is met de vakbonden een protocol van akkoord afgesloten. Ik ben
bijzonder tevreden dat alle drie de vakbonden hun goedkeuring hebben gegeven. Dat was niet evident, maar voor mij als minister is dat wel van belang om, vooraleer je een dossier
voorlegt aan de regering, een akkoord te proberen bereiken met de vakbonden. Het is
onlogisch om eerst te beslissen en dan pas te onderhandelen. Mijnheer de Kort, u noemde het verwonderlijk, maar het blijft sowieso een nieuwe situatie. Ik heb er alle begrip voor dat
mensen die op een luchthaven werken, willen weten hoe het in de toekomst zal verlopen en
wat hun rechten zijn. We moeten daar zo transparant mogelijk in proberen te zijn.
Het is voor mij momenteel onmogelijk om in detail in te gaan op het businessplan, want ook
na een gunningsbeslissing zal er nog bijkomend overleg volgen tussen de vakorganisaties en
de beheerspartner. Dat overleg zal ook parallel verlopen met de andere voorbereidende
procedures die de partners nog moeten doorlopen, onder andere moet ook het ICAOcertificaat (International Civil Aviation Organization) worden aangevraagd.
Met het protocol van akkoord op zak, collega’s, kunnen we nu wel de laatste besprekingen
aanvatten. Het is ook voor Egis van belang dat we die inspanningen hebben gedaan. Het is
wel mijn bedoeling om de komende weken met een dossier naar de Vlaamse Regering te
kunnen stappen. Daarvoor was het akkoord van gisterenavond uiteraard ook van groot
belang.
Collega’s, wat het personeel betreft, heb ik geprobeerd om duidelijk te zijn. Naar de andere
facetten als de concessievergoeding en de subsidieovereenkomst kunt u mij vragen, maar daar kan ik vandaag niets over zeggen. Zodra wij een beslissing hebben genomen, zult u daarover zeer uitgebreid mee kunnen debatteren, zoals dat in alle dossiers het geval is trouwens.