PDF Afdrukken E-mail

TUSSENKOMST SENATOR JOHAN VERSTREKEN BIJ BESPREKING EUROPEES BEGROTINGSVERDRAG

In de plenaire zitting van de Senaat werd deze morgen het Europese verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de Economische en Monetaire Unie besproken. Hieronder kunt u de tussenkomst van Senator Johan Verstreken lezen:

Geachte minister,
Waarde collega’s

De huidige Europese problemen die een deel vormen van de crisis van het hele Westen, mogen we zeker niet onderschatten. Ze zijn groter dan wat we ooit in de geschiedenis van het Europese eenmakingsproject hebben meegemaakt. Daarom is een krachtdadig optreden noodzakelijk om vooral de crisis in de eurozone te overwinnen. Maar we moeten ons ook durven afvragen waarom het zo ver is gekomen? Hebben we de waarschuwingssignalen genegeerd? Hebben we de symptomen van de bankencrash en de schuldencrisis niet tijdig herkend? Ontbreekt het bij de EU en haar beleidsmakers aan een kritische reflectie ten aanzien van maatschappelijke en economische trends die uiteindelijk hebben geleid tot de huidige problemen? Kritische vragen waarover wij, beleidsmakers, ons moeten bezinnen. We moeten de moed hebben om voortaan een open debat te voeren over verschijnselen die ons vandaag verontrusten en die misschien morgen de bron van ernstige problemen kunnen zijn.  

Het voorliggend verdrag is dan ook onderdeel van een breder palet aan Europese initiatieven om de huidige crisis te bezweren. Ik ben ervan overtuigd dat al deze inspanningen om de Economische en Monetaire Unie te redden, niet alleen de nodige vruchten zullen afwerpen, maar ook het vertrouwen zullen opwekken. Een herstel van het vertrouwen in de eurozone draagt ook bij tot een herstel van het vertrouwen van consumenten en investeerders en zal aldus bijdragen tot groei en werkgelegenheid. Alleen al om deze reden is het noodzakelijk dat we vandaag het voorliggend verdrag moeten goedkeuren.

Uiteraard besef ik, net zoals zovelen, dat alle voorgestelde maatregelen niet perfect zijn. De buitengewone ingewikkeldheid van de crisissituatie, de druk van de financiële markten en de impact op het sociaal economisch weefsel waren zo enorm dat snelle acties noodzakelijk waren. Volgens sommige critici waren deze nog niet snel genoeg maar het snel ontrafelen van deze gordiaanse knopen zouden niet meteen geleid hebben tot fundamentele hervormingen en zouden wellicht geïnterpreteerd worden als paniekvoetbal. Het siert de regeringsleiders dat ze de problemen behoedzaam en doordacht in onderling overleg hebben aangepakt. Het is immers de traditie van de Europese Unie sinds haar ontstaan om een oplossing voor problemen te zoeken die aanvaardbaar is voor allen. Geen eenvoudige opdracht maar de Unie is er tot op heden steeds in geslaagd om zo’n ‘gemeenschappelijke zoektocht’ tot een goed einde te brengen.  Ruim een jaar verder kunnen we nu met zekerheid stellen dat dit verdrag samen met de andere maatregelen geleid heeft tot de redding van de eurozone. De rust die op de financiële markten is teruggekeerd, de daling van de langetermijnrentes op de overheidsobligaties (met een historisch laag niveau voor België!), de afname van  de zogenaamde spreads in de meeste landen van de eurozone vormen het beste bewijs dat het vertrouwen in de eurozone is teruggekeerd.

De pijnpunten zijn uiteraard gekend. Vooreerst is het betreurenswaardig dat het Verenigd Koninkrijk en Tsjechië uiteindelijk de stap tot dit begrotingspact niet hebben gezet. We kunnen enkel hopen dat op termijn ook beide landen bereid zijn om het belang van de voorgestelde maatregelen te erkennen. Dit kan alleen maar de slagkracht van de Unie in haar geheel vergroten. Maar tegelijkertijd duidt dit wel op een grotere diversifiëring en complexiteit. Vele burgers percipiëren de Unie steeds meer en meer als een lappendeken met verschillende groepen en met verschillende snelheden. We moeten vermijden dat dit alles de cohesie van de Europese Unie ondergraaft. Daarom moeten we onze burgers duidelijk maken dat deze diversifiëring er gekomen is met het idee dat de deur voor iedereen blijft openstaan en dat alle lidstaten tot dit economisch model kunnen toetreden. Zo niet,  komt de geloofwaardigheid van de Unie bij onze burgers onder druk te staan. 

Er is ook heel wat kritiek omdat het idee van begrotingsconsolidatie tegengesteld zou zijn aan de agenda van economische groei en werkgelegenheid. In 2008 hebben de meeste Europese lidstaten als antwoord op de bankencrisis het instrument van tekorten op de begrotingen ingezet om de vraag aan te wakkeren. Terecht zoals gebleken want op korte termijn werden de eerste schokken afdoend opgevangen en de werkgelegenheid werd in heel wat lidstaten, en in ons land in het bijzonder, gevrijwaard. Maar de meeste lidstaten beschikten niet over voldoende veiligheidsmarges om bij langdurige vertraagde economische groei zoals we die nu kennen, nog meer geld in de economie te pompen. Meer nog, de meeste lidstaten konden dit instrument slechts eenmaal en in beperkte mate toepassen omwille van hun buitensporige schuld. In betere economische tijden hebben heel wat lidstaten verzuimd om de tekorten te elimineren of zelfs om overschotten op te bouwen.

Hiermee is meteen aangetoond dat de meeste lidstaten nood hebben aan stabiele begrotingen met respect en uitvoering van de Maastrichtnormen. Velen zien het nut niet in om deze opnieuw naar voren te schuiven omdat deze toch niet gehaald werden. Maar het probleem zit niet bij de doelstellingen zelf maar bij de naleving en de handhaving ervan. Het voorliggende verdrag biedt hierop een antwoord met zijn zogenaamde correctieve pijler met concrete afspraken over het tempo dat de tekorten moeten teruggebracht worden tot maximaal 3% van het BBP en de preventieve pijler die een tempo uittekent voor een structureel begrotingsevenwicht. Als dit toegepast zal worden, zal op langere termijn duidelijk worden dat overheden nog steeds het wapen van ‘deficit spending’ zullen kunnen hanteren om de vraag aan te wakkeren en de werkgelegenheid te ondersteunen.  Kortom, een gezonde begroting die de Maastrichtnormen respecteert, is de garantie bij uitstek voor groei en werkgelegenheid op langere termijn.

Tenslotte is er nog de discussie over het structurele overheidssaldo. Deze mag op middellange termijn maximaal -1% bedragen op voorwaarde dat de overheidsschuld aanzienlijk lager is dan 60% van het BBP. Maar wie zal beoordelen wat aanzienlijk is? Dergelijke arbitraire benadering houdt risico’s in. Net zoals de recentelijke arbitraire houding van de Europese Commissie ten aanzien van het tijdspad om de begroting in evenwicht te brengen. Vorige week heeft de CD&V voorzitter en onze collega Wouter Beke nog verklaard dat alle landen op gelijke voet moeten behandeld worden en dat er geen uitstel kan verleend worden aan sommige landen zoals Frankrijk en Nederland. Terecht want anders dreigt men de legitimiteit en de solidariteit te ondergraven.

De financiële crisis heeft dus de mankementen van de Europese constructie blootgelegd. Daarom was een afdoend antwoord noodzakelijk. Een antwoord van verdere integratie en niet van terugplooien op de nationale soevereiniteit, een antwoord van een grotere solidariteit tussen de lidstaten maar tegelijkertijd ook van een grotere verantwoordelijkheid waarbij de lidstaten hun huishouden op orde zetten en hun bereidheid tot een grotere sociale en economische samenwerking tot uiting brengen. Het voorliggend verdrag biedt hen een geïntegreerd kader voor begrotingsaangelegenheden en economisch beleid. Dit leidt alleen al tot een stabielere economische en monetaire unie. Op zich is dat al een verdienste. Maar een grotere stabiliteit in de eurozone zal ons de mogelijkheid bieden om op langere termijn de economische schokken beter op te vangen. Ik besef dat de tol voor onze samenleving momenteel hoog is: 25 miljoen werklozen in de Unie waarvan het overgrote deel jongeren, amper groeivooruitzichten, zware besparingen in vele sectoren. Maar ook zonder de huidige crisis waren een sanering van de overheidsfinanciën en een herstel van het concurrentievermogen absoluut noodzakelijk. De instrumenten die de Europese Unie thans aanreikt, moeten daarbij helpen.  Om al deze redenen zal de CD&V fractie het voorliggend verdrag goedkeuren. We zijn dit immers verschuldigd aan de huidige maar vooral aan de toekomstige generaties.
 
Senator Johan Verstreken